|
8 vragenbak met Ann Vlietinck
1. Wanneer en hoe kwam je voor het eerst in je leven in contact met China ?
Na tien jaar verzekeringswezen - dat was in 2000 - kwam ik tot het besluit dat een loopbaanonderbreking van één jaar met een reis naar Azië een leuke onderbreking zou zijn. In de winter van 2001 vertrok ik met een vriendin naar Vietnam, Cambodja, Thailand en Laos. In het voorjaar ging ik alleen verder vanuit Laos over de Chinese grens naar het zuiden van de provincie Yunnan. Ik kon toen al enkele woordjes Chinees spreken wat steevast de uitspraak uitlokte dat "mijn Chinees heel goed was". De bevolking was altijd heel nieuwsgierig bij het verschijnen van een Westerse vrouw met grote rugzak in het straatbeeld. Na vier maanden rondtrekken in het Zuidwesten van China, nam ik de trein naar Beijing om er de resterende drie maanden grondiger Chinees te studeren. Die loopbaanonderbreking van één jaar liep uit. Ik wisselde het reusachtige Beijing voor het meer op mensenmaat gesneden Nanjing. In Nanjing behaalde ik na vier jaar zwoegen en het schrijven van een scriptie in het Chinees, een bachelor diploma in de Chinese Taal en Literatuur.
2. Wie was de eerste Chinees in je leven?
Het bedelende meisje op de houten plank op wieltjes op de stoep recht tegenover mijn universiteit in Nanjing. Deze houten plank deed dienst als een primitieve rolstoel want haar onderlichaam was verlamd vanaf de borst. Ik was al twee jaar in Nanjing toen ze plots op het trottoir verscheen. Een levendig kind met sprankelende ogen en een leergierige blik dat graag met iedereen praatte en nooit gedeprimeerd leek. Ze was toen 9 en telkens ik haar zag, greep de onmacht om haar te helpen me bij de keel. Tot ik twee jaar later besloot haar naar het ziekenhuis te brengen voor een onderzoek. Intussen had ik ook haar grootvader leren kennen die geld verdiende met vuilnis te selecteren en te verkopen. We werden door het ziekenhuis doorgestuurd naar een revalidatiecentrum waar het meisje met de nodige revalidatie en een rolstoel wat onafhankelijker zou kunnen leven. Intussen groeide de lokale media-aandacht voor de "bedelares en de Westerse studente". Chinezen voelen zich schuldig wanneer een laowai - buitenlander - een vinger op een tere plek in de samenleving legt, maar zijn dan ook bereid een dergelijk initiatief actief en langdurig te ondersteunen. Dankzij de media, meldde zich een lagere school. Mijn meisje was toen elf en startte in het tweede studiejaar. Daphne wou graag de verloren jaren inhalen en in drie jaar tijd beëindigde ze de lagere school. De school ondersteunde haar, maar heeft haar altijd op gelijke voet met de andere kinderen behandeld. Vorig jaar startte ze in het eerste jaar van het middelbaar onderwijs. Een onderdak in een krottenwijk hadden opa en kleindochter intussen al lang ingeruild voor een klein comfortabel appartement. Iedere morgen brengt opa zijn Daphne naar school met zijn bakfiets en zeult haar trap op, trap af. Daphne behaalde goede resultaten en is al goed geïntegreerd in de nieuwe school. De medische kosten, huisvesting en levensonderhoud worden gefinancierd met bijdragen van expats uit Nanjing en van vrienden en familie.
3. Waaruit bestaat je huidige China ervaring ?
Ik geef sinds enkele jaren les aan de Foreign Languages School van de Nanjing University of Traditional Chinese Medicine. Aangezien ik zowel vlot Engels als Chinees spreek, geef ik cursus Engels maar ook lessen vertalen/tolken. Chinese universiteitsstudenten zijn minder onafhankelijk als Westerse studenten. Mits een iets aangepaste onderwijsstijl krijg je een heel positieve respons. Helemaal anders is het met de 12-jarigen in Daphne's school waar ik een uurtje Engelse les per week geef. Zij moeten bijna ingetoomd worden. Na de les biedt grootvader me steevast één van zijn 'Anhui-stijl' boerenmaaltijden aan met een rijkelijk aanbod van gestoomd brood. Op zondagnamiddag geef ik Daphne Engelse bijles. Verder help ik hen met kleine dingen zoals naar de dokter, tandarts, kapper gaan, elektriciteits- en gasrekeningen betalen, met de huisbazin en de leraars praten, kleren kopen. Ook doen we regelmatig uitstapjes en korte trips. Dat is niet altijd makkelijk in China waar er nog heel weinig voorzieningen zijn voor mindervaliden. En als je dan een aangepast toilet vind, ontdek je vaak dat deze ruimte voor andere doeleinden gebruikt wordt of het niet werkt. In Shanghai had een toiletdame er zowaar haar keukentje in ondergebracht! Ikzelf woon in een typisch Chinees appartementsgebouw met zeven verdiepingen en geen lift. Er is eenvoudig sanitair, twee gasbekkens in de keuken, een airco om je warm en/of koel te houden en een wasmachine op koud water. De was hangen we aan lange houten stokken op een rek dat net onder het raam is vastgemaakt. Alle verplaatsingen in de stad doe ik met de fiets.
4. Wat maakt China zo verschillend van de rest van de wereld?
België verandert niet zo veel, in China gaat alles razendsnel. Vooral dan tijdens de voorbije acht jaar van snelle economische ontwikkeling. Dag en nacht wordt er gewerkt, zeven dagen op zeven. Dat viel te merken toen de oude huizen rond mijn appartement werden afgebroken en de grondwerkers vlak onder mijn neus kwamen kamperen. Het motto luidt: "Denk hier en nu". Wat er nu staat, kan er morgen of volgend jaar al niet meer zijn. Hele wijken gaan voor de hamer, waarbij de stenen en het metaal in het gewapend beton gerecupereerd worden. Werk genoeg dus voor de migrantenarbeiders uit de armere provincies. Tegelijkertijd verdwijnt ook veel eenvoudige, goedkope laagbouw in het stadscentrum om plaats te ruimen voor hoge en met glasplaten beklede kantoorgebouwen en winkelcentra. Nanjing telt intussen 6 miljoen inwoners. De steden zullen nog verder aanzwellen met migrantenarbeiders - ex-boeren - die een extra inkomen in de stad zoeken. En zo komen we bij het probleem van de stad versus het platteland. Als stadsbewoner kun je genieten van heel wat sociale tegemoetkomingen en een goed educatief systeem. Op het platteland is dat heel wat minder ondanks de recente inspanningen van de Chinese overheid om de kloof wat te dichten. De begoede Chinees koopt zijn eerste wagen terwijl de modale boer zijn lap grond nog met een buffel bewerkt.
5. Waarin ligt het "anders zijn" van Chinezen ?
Chinezen zijn enorm flexibel. Weekend- of avondwerk is geen probleem. Hier kun je winkelen tot 22u 's avonds en op zondag. Daarvan kan Europa vastgeketend aan de verworvenheden van de vakbonden zeker leren. Chinezen hebben ook een andere notie van privacy en trekken ook niet zo'n duideljke schreef tussen werk en privé-leven. Met de collegaés ga je uit eten, tezamen op uitstap. De band tussen leraar en student is anders. Als leraar ben je een mentor die bekommerd is om het gezond sociaal leven van de jongeren. Een ander element is dat Chinezen niet direct tot de kern van de zaak komen als ze iets te bespreken hebben. Een voorafgaand praatje over koetjes en kalfjes maakt de sfeer meer ontspannen. In zakenkringen gebeurt dat meestal met een diner en veel drank. Ook begroeten en bedanken gebeurt hier anders. De groet ni hao weerspiegelt een hoge mate van respect. Ook de bedanking xiexie klinkt nogal formeel en kan daarom niet tussen vrienden. Telkens als ik in Europa ben, moet ik mij forceren om 'hallo' en 'dank u' te zeggen, anders word ik als onbeleefd bestempeld !
6. Hoe heeft China je leven veranderd?
Acht jaar China, hebben mij behoorlijk chinees gemaakt. Wanneer ik definitief terugkom naar België, zal ik mij moeten aanpassen. Het schrikt me af. Chinezen maken zich zelden zorgen en plannen niets op lange termijn. Die twee eigenschappen neem ik zeker mee naar België. Relativeren heb ik in China ook geleerd. Je beseft dat onze welvaart best niet als een verworven recht wordt beschouwd. Dat het streven naar materiële voldoening niet noodzakelijk geluk betekent. Dit moeten de Chinezen ook nog ervaren want hier draait momenteel alles rond geld verdienen.
7. Wat hebben Chinezen je bijgeleerd?
Ik leerde dingen vanuit een andere invalshoek bekijken. Zo is de berichtgeving over de Amerikaanse politiek veel kritischer dan bij ons. Europa en Amerika als centrum van de wereld worden vervangen door China. De superieure Westerse cultuur wordt de superieure socialistische cultuur met Chinese kenmerken. Zeer verfrissend!
8.Hoe zie je de toekomst van China ?
Experts voorspellen een Chinese economische groei dit jaar van slechts 5%. De export daalt drastisch, fabrieken gaan over kop, fabrieksarbeiders keren terug naar het platteland. De Chinese overheid is er zich terdege van bewust dat een daling in de export moet opgevangen worden door het aanzwengelen van de binnenlandse vraag. Er werd al een hele resem maatregelen genomen om het leven van de armsten te verbeteren. Onlangs las ik dat in Nanjing vakantiecheques worden uitgedeeld aan de minstbedeelden. Teruggekeerde fabrieksarbeiders kunnen goedkope leningen krijgen om zelf een bedrijfje in hun regio op te starten. Op lange termijn zal de Chinese economie die hoofdzakelijk gedreven wordt door de goedkope werkkracht, moeten geleid worden door innovatie en creativiteit. Creatief en innovatief denken zijn hier echter nog grotendeels onontgonnen terrein. Dit soort denken wordt trouwens niet aangemoedigd in het onderwijs . Ik denk dat de overgang van een productie- naar een kennismaatschappij een van de grote uitdagingen van China wordt. Een ander hangijzer is de gehele bevolking tevreden te houden en sociale onrust voorkomen. Maatschappelijke stabiliteit en harmonie zijn waarden die elke Chinees hoog in het vaandel draagt, ook al moet hij daar een zekere prijs voor betalen.
Je kan het Daphne Project effectief steunen! Mail naar ann_vlietinck@hotmail.com en Ann vertelt je hoe.
We put China in your life!
|